Hans Landsaat

Schilderijen - Tekeningen - Grafiek

Home Terug / Back

“Wie is de moeder van de kunst ?”

Vrolijk klinkende vraag van de biologieleraar. Niemand weet het antwoord. Strikt genomen had hij in plaats van “wie” wát moeten zeggen, maar ook dan had geen van de leerlingen haar of zijn vinger opgestoken en geroepen:

“Oefening…!”

“Natura Artis Magistra”, de natuur (is de) meesteresse van de kunst.

Nóg zo’n overrijpe gemeenplaats en net als de eerstgenoemde niet van toepassing op het werk van Hans Landsaat (1935), wiens picturale oeuvre lijkt te bestaan uit telkens uit een niets voortgekomen, noch op nabootsing van de zichtbare werkelijkheid, de “natuur”, noch op een door oefening verworven technische vaardigheid gebaseerde wilsdaad. Zeker, als je veel van zijn werk bij elkaar ziet, is er sprake van verwantschap tussen de beelden, maar elk afzonderlijk vertelt zijn eigen verhaal en toont zijn eigen, eenmalige manier van ontstaan. Het is een werkwijze die niet zonder risico is, zowel technisch als mentaal, zowel artistiek als psychologisch. Dit niet terechtgekomen zijn in een stijl, dit telkens van voren af aan beginnen is bij uitstek zicht- en beleefbaar in het gróte werk dat hij in de afgelopen zes jaar voltooide onder de verzameltitel “V a n w e g e  S e b a l d”. Een gróót werk niet alleen wat de hoeveelheid betreft, maar ook en misschien wel vooral gezien de diepgaande studie en onderzoek, de reizen en het spoorzoeken die eraan ten grondslag liggen.

Het antwoord op de als onoplosbaar geldende koan “Wat Is Het Geluid Van Eén Hand ?” is: een draai om je oren.

Hans Landsaat beleefde iets dergelijks toen hij door kennismaking met  de boeken van W.G. Sebald (1944-2001) zijn herinneringen aan de oorlog terugkreeg, hérbeleefde. Het was alsof ze geparkeerd hadden gestaan in zijn geheugen en nu in alle hevigheid hun opwachting maakten: hoe het buurjongetje dat hem goochelen zou leren werd afgevoerd, hoe de buurman die meermaals door een auto met een Duits nummerbord werd opgehaald en toch telkens weer thuiskwam vertelde dat hij met edelstenen in een sigarettenkoker de hoge “Herren” van de Sicherheitspolizei in de Euterpestraat omkocht, tot ook hij werd afgevoerd om vermoord te worden. Het besef deel uit te maken van een volksgemeenschap die het hoogste aantal Joodse landgenoten aan de “Endlösung” heeft bijgedragen.

Het woord “v a n w e g e” heeft een dwingende klank, het is alsof het werk e i s t e om gemaakt te worden, alsof er niets anders opzat en als je Hans Landsaat erover hoort praten, besef je dat het een geladen, existentiëel traject is geweest dat hij heeft afgelegd, dat er geen sprake is of is geweest van “verwerking van”, laat staan van “in het reine komen met” deze traumatische herinneringen maar in tegendeel met smartelijke herbeleving, nachtmerries en depressie. Dat heeft alles te maken met de teneur van het oeuvre van W.G. Sebald, de op 21-jarige leeftijd uit Duitsland vertrokken, in Groot Brittanié werkzame germanist, die pas op latere leeftijd het publiceren van wetenschappelijke artikelen omruilde voor het schrijven van een uniek oeuvre, waarin hij de recente Duitse geschiedenis aan een moreel onderzoek onderwerpt, daarbij feit en fictie op een nooit eerder vertoonde manier dooreenmengend en zijn romans verrijkend met afbeeldingen, foto’s, documenten, waardoor de lezer betrokken raakt bij, deel gaat uitmaken van het herinneringsproces en zich gaat realiseren dat de oorlog niet afgelopen is, dat Auschwitz en waar het voor staat, nog voortduurt. Hij hoeft daarbij niet op de ontelbare oorlogen, de moord- en martelfabrieken, de detention centers, niet op Guantanamo Bay, Vietnam, Syrië, Rwanda of Jemen te wijzen, hij vertelt op meeslepende wijze hoe herinnering werkt en hoe alles tóch individueel is. Bijna als laatste van zijn publikaties, voor hij bij een auto-ongeluk om het leven komt, schrijft hij onder de titel “Luftkrieg und Literatur” een studie over de honderden bombardementen op Duitse steden door de Engelse luchtmacht, een moorddadige tactiek, weliswaar door de Duitsers uitgevonden (Guernica, Rotterdam, Londen, Coventry), maar waarvan de doelmatigheidsvraag nog gesteld moet worden. Dacht men werkelijk dat de burgerbevolking zich dan wel tegen het Naziregime zou keren ? Zo stelt hij ook aan het begin van zijn schrijversloopbaan, die hem grote internationale faam zou opleveren omdat hij vragen stelt, die niet eerder aan de orde kwamen, dat het merendeel van de na-oorlogse Duitse schrijvers, op enkele uitzonderingen na, nalaat over de schande van hun vaderland te schrijven en in een interview zegt hij nuchter dat hij van schaamte nooit iets gemerkt heeft. W.G. Sebald is altijd een gast gebleven, zowel in Engeland als in Duitsland, de Duitse taal was voor hem, opgegroeid in de zuidelijke provincie Allgau, waar een dialect wordt gesproken dat hij kwalificeert als nog ontoegankelijker dan het Zwitserduits, een vreemde taal. Ziedaar een mogelijke bron van verwantschap, zowel wat betreft het zelfbeeld als het medium tussen de schrijver en de schilder. Beiden hebben intensief en diepgaand onderzoek gedaan alvorens aan het werk te gaan, beiden stellen ongemakkelijke vragen en beiden doen dit op een met niets en niemand te vergelijken, toverachtige maar evengoed zeer toegankelijke manier. Beiden gaan ervoor op reis en schrikken er niet voor terug ook zijpaden te bewandelen en de vondsten die ze daar doen in het werk op te nemen. Hans heeft drie leporello’s uitgegeven en tenslotte een album met schilderijen en werk op papier (ISBN 978 90 8860 182 8) gepubliceerd met daarin een essay van Ton Naaijkens over wezen en werking van de herinnering dat eindigt met de woorden: “Voor Hans Landsaat zijn het gedachtestromen geweest, uitgelokt door woorden en omgezet in beelden die de nacht over de wereld verplaatsen of verjagen. Ze ontstaan zowel uit de angst voor de eindeloze ruimte als uit de behoefte kleur te geven aan het onder de kiel naar de diepte verbannen donker. ‘Het verschrikkelijke zelf is te erg,’ hoorde ik zeggen.”

Ofschoon hij het werk als voltooid beschouwt, is er toch nog één schilderij dat gemaakt moet worden. Uitgangspunt is een droom van de schrijver met daarin het beeld van een enorme stapel schoenen.

Sipke Huismans, 2023